Is David Sorensen Bijbels?

david sorensen kritiek

In een artikel op de website Rejoice Now wordt behoorlijk stevige kritiek geuit op David Sorensen. De auteur van dit kritische artikel is Jos Hobé. In dit artikel geeft bijbelkenner, onderzoeksjournalist en auteur Tjarko Evenboer – bekend van het boek ‘De Wereldwijde Vloed’ – een antwoord op deze kritiek.

Voordat ik inhoudelijk inga op de verschillende punten van kritiek, wil ik eerst een aantal algemene punten opmerken. Allereerst suggereert de auteur (Jos Hobé) dat wat hij zegt ‘de Bijbelse waarheid’ is, en dat hij David Sörensen ‘toetst aan de Bijbel’. Dat is natuurlijk gemakkelijk om te stellen, maar is het wel zo? Wie verder kijkt, ziet dat deze auteur een aanhanger is van een specifieke leer, genaamd het dispensationalisme. Het dispensationalisme leert onder andere:

a) dat veel zaken in het nieuwe testament niet voor de gemeente zijn, maar voor Israël
b) dat wonderen, genezingen en krachten van de Geest niet meer voor nu zijn. Deze zijn opgehouden te bestaan na de eerste eeuw na Christus.

Persoonlijk geloof ik dat niet de leer van David Sorensen, maar het dispensationalisme een dwaalleer is, aangezien het de Bijbel in stukken knipt en bepaalde delen ‘weg-redeneert’.

Het dispensationalisme zorgt ervoor dat we grote delen van het leven en onderwijs van Jezus uit de Bijbel knippen en niet meer toepassen op ons leven als christen.

Dat is gevaarlijk. Ten slotte zei Jezus dat wie Hem gezien heeft, de Vader heeft gezien. Alles, maar dan ook werkelijk alles wat Jezus zei, is een directe representatie van Gods hart.

Meerdere zaken die Hobé zegt, bijvoorbeeld dat het Koninkrijk van God alleen aan Israël geopenbaard werd, en dat de zaken in deze delen van de Bijbel (inclusief genezingen en wonderen) niet voor de Gemeente zijn, worden zelfs gerekend tot een kleine, extreme stroming binnen het dispensationalisme: het zogenaamde ‘ultradispensationalisme’.

De belangrijkste standpunten die door aanhangers van de ultrabedelingenleer (UD) worden ingenomen zijn (ik citeer):

“De vier evangeliën zijn puur Joods en hebben geen boodschap voor de Gemeente, het Lichaam van Christus. De Handelingen zijn een overgangsperiode tussen de bedeling van de Wet en de bedeling van het Geheimenis. We hebben daarin niet de Gemeente, maar slechts de vroege Kerk als een aspect van het Koninkrijk en is niet hetzelfde als het Lichaam van Christus.”

Maar ook is het zo dat volgens aanhangers van deze leer:

“[er] geen tekenen en wonderen meer gelden, en geen gaven van de Heilige Geest, als tongentaal en genezing (die zijn niet meer voor deze tijd), en ook geen handoplegging en zalving met olie.” (Bron: http://www.stichting-promise.nl/artikelen/bijbelstudie-geestelijke-kennis/ultrabedelingenleer.htm)

Het (ultra)dispensationalisme kent veel onbijbelse stellingnames. Het Koninkrijk is namelijk niet slechts voor de Joden, het Koninkrijk van God is een geestelijk koninkrijk dat aanving toen Jezus aan de rechterhand van God plaatsnam. Ook is er geen enkele Bijbelse reden om aan te nemen dat de krachten en werkingen van de Heilige Geest niet meer voor nu zijn.

Hobé suggereert dus Davids onderwijs te toetsen aan ‘de Bijbel’, maar in werkelijkheid toetst hij het aan de hand van een interpretatie van de Bijbel, zelfs een specifieke leer: het ultradispensationalisme.

Dat Hobé problemen heeft met het onderwijs van David is dus niet zo raar! Waarschijnlijk heeft hij problemen met alle charismatische kerken en alle sprekers die geloven in profetie, tongentaal en krachten van de Heilige Geest. Toevallig richt hij zijn pijlen nu op David. Als iemand gelooft dat de werkingen van de Heilige Geest niet meer voor deze tijd zijn, dan zal hij per definitie alle profetische boodschappen van David verwerpen. En als iemand nooit de aanwezigheid van de Heilige Geest sterk ervaart, dan zal hij anderen die wél de Heilige Geest ervaren, ervan beschuldigen ‘veel te veel op de ervaring gericht te zijn’.

Ten tweede lijkt het erop dat Hobé al bij voorbaat de stellingname maakte dat de leer van David Sorensen ‘onbijbels’ is (waarschijnlijk omdat hij uberhaupt niet gelooft in profetie), en dat hij de feitjes erbij gezocht heeft op Davids site. Deze tactiek noemt men ‘cherry picking’: steeds één citaat uit de honderden werken van David Sorensen halen, en die uit de context lichten en aanvallen. Dat is niet eerlijk: je kunt iemand alleen toetsen door alles in context te lezen.

Door citaten te knippen en plakken, kun je ieder mens zwartmaken.

Dat is ook de reden dat als je via Google zoekt op een willekeurige christelijke spreker of evangelist, je altijd pagina’s tegenkomt die hen compleet zwartmaken (google maar eens op Jan Zijlstra, Mattheus van der Steen, Johan Maasbach, Benny Hinn, Derek Prince en zelfs Billy Graham).

De Bijbel geweld aandoen

Ik zal nu op een aantal inhoudelijke punten ingaan die Hobé aanvoert om David Sörensen zwart te maken. Ik ga specifiek in op enkele citaten uit het artikel, die ik in het rood citeer:

Als we kijken naar de onderwerpen die hij aanhaalt om te onderwijzen uit de Bijbel dan wordt het een ander verhaal. Het is overduidelijk een Word of Faith leer. Het zingen en bidden in tongen wordt gepromoot. Evenals genezing, bevrijding en bidden tot de Heilige Geest. Ook krijgt hij veel ‘profetische boodschappen’ van God.

Hier zien we meteen het duidelijke dispensationalistische gedachtegoed van Hobé. Hij klaagt David namelijk allereerst aan op het feit dat hij bidden en zingen en tongen ‘promoot’, dat hij genezing en bevrijding leert en profeteert. Al deze zaken zijn echter volkomen Bijbels. Je moet de Bijbel behoorlijk geweld aandoen om te ontkennen dat deze zaken tot het normale christelijke leven behoren.

Spreken en zingen in tongen zien we door het hele nieuwe testament.

Jezus zei in Marcus 16:17 dat het spreken in tongen (evenals het genezen van zieken en uitdrijven van demonen) basistekenen zijn die gelovigen volgen. Overal in het boek Handelingen zien we dat de gelovigen als zij de Geest ontvingen, in tongen spraken ( zie o.a. Handelingen 2:4, 10:46, 19:6). Het spreken in tongen behoort volgens Paulus tot de basale gaven die in de Gemeente functioneren (zie 1 Korinthe 12). In 1 Korinthe 14:5 zegt hij zelfs:

“Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog, dat gij profeteerdet.”

Ook het zingen in tongen kwam voor onder de eerste christenen. Paulus zélf zei:

“Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden. Ik zal met mijn geest lofzingen, maar ik zal ook met mijn verstand lofzingen.” (1 Korinthe 14:15)

Genezingen en wonderen zien we eveneens overal in het nieuwe testament.

Jezus deed overal genezingen en wonderen. Hij genas overal alle zieken. En Hij zei: “wie MIJ gezien heeft, heeft de Vader gezien” – Jezus toonde dus het hart van de Vader toen Hij zieken genas en wonderen deed. Vervolgens zond Jezus de discipelen uit om hetzelfde te doen. In het boek Handelingen lezen we vervolgens dat de gelovigen ontzettend veel wonderen doen. Teveel om hier op te noemen, maar dat kan iedereen voor zichzelf opzoeken. Zelfs de schaduw van Petrus genas de zieken (Handelingen 5:15)!

Er is geen enkele aanwijzing in de Bijbel dat deze genezingen en wonderen slechts voor Israël waren, of slechts voor de begintijd van de kerk waren.

Paulus zegt in 1 Korintiërs 2:4-5 zelfs tot de gelovigen in Korinthe:

“mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van Geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God.”

Tegen de gemeente in Thessalonica zegt hij hetzelfde:

“…omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de heilige Geest en in grote volheid” (1 Tess 1:5).

In 1 Kor 4:20 zegt Paulus zelfs dat het koninkrijk niet bestaat in woorden, maar in kracht. Mensen die de kracht van de Heilige Geest weghalen uit het evangelie, snijden delen weg uit de Bijbel. 

Ook profetie is een essentieel onderdeel van het nieuwe verbond.

Toen de Heilige Geest werd uitgestort over de gelovigen, zei Petrus: “Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden…”

Dromen, visioenen, profetieën en wonderen zijn DIRECT verbonden aan het werk van de Heilige Geest. Een ieder die dat ontkent, zet de Bijbel naar zijn hand, en misleidt daarmee mensen. De Bijbel moedigt juist een intieme omgang met de Heilige Geest aan, waarin Hij ons leidt en tot ons spreekt.

Kortom: mensen die zeggen dat wonderen en genezingen niet voor de Gemeente zijn, hangen een onzuivere leer aan. Hobé beschuldigt David ervan de Bijbel geweld aan te doen, terwijl het juist zijn dispensationalistische leer is die hele gedeeltes van het Nieuwe Testament buitenspel zet…

Ik ga verder met een ander citaat ut het artikel van Hobe:

In de Lifeletter van zondag 30 oktober 2011 schrijft David zijn profetie waarin God zou hebben gezegd:

“Laat daarom los, al die boeken en al die papieren. Laat daarom los, al die moeilijke leringen over Mij, over hoogtes en laagtes, over dieptes en over de wijdte… Het maakt me aan het lachen. Mensen toch! Waar zijn jullie toch mee bezig? Laat je toch dronken maken door Mij! Ik wil lachen met je! Ik wil spelen met je! ”

Dit soort teksten zijn absoluut in tegenspraak met de Heiligheid van God. Op geen enkele plaats in de Bijbel lezen we dat God met ons wil spelen, laat staan dronken maken. Weet u hoe God denkt over dronkenschap?

En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest. Ef.5:18

Wie de boodschappen van David een beetje kent, weet dat hij juist iemand is die ontzettend sterk de nadruk legt op de heiligheid van God. Daarom moet je je afvragen wat er bedoeld is in bovenstaand stukje. Waar het om gaat is dit: er zijn duizenden christenen die God alleen verstandelijk kennen. Ze lezen boeken en studies, maar kennen nauwelijks intimiteit met God als Vader. David zegt NIET dat alle leringen en boeken verkeerd zijn.

Hij zegt dat al die menselijke leringen soms een blokkade kunnen zijn om God te kennen en te worden als een kind.

Paulus zegt: “[Hij heeft] ons ook bekwaam gemaakt om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.” Dit nieuwe verbond draait niet primair om het uitpluizen van teksten en boeken, maar om het kennen van God door Zijn Geest. Wie HEM aanbidden willen, moeten aanbidden in Geest en Waarheid, zei Jezus.

Dan over het woord ‘dronkenschap’. Mensen die vol zijn van wijn, worden dronken van de alcohol. Maar wie gaat drinken van het levende water, wordt vol van de Geest van God – dat is dus een precies tegenovergestelde vorm van ‘dronken’ zijn. De Bijbel maakt vaker dit onderscheid, omdat het beide over hetzelfde gaat: onder invloed komen van iets! De Bijbel zegt echter dat we onder invloed moeten zijn van de Geest, niet van wijn. Dat is juist de reden dat Paulus hierboven zegt dat je niet vervuld (dronken) moet worden met wijn, maar met de Geest.

Toen de apostelen in Handelingen 2 helemaal vervuld werden met de geest, waren er spotters aanwezig die zeiden: ze zijn dronken, ze hebben teveel wijn gehad. Als mensen diep door de Heilige Geest worden aangeraakt, helemaal vol worden van Hem, dan kunnen ze een sterke vreugde ervaren (de Bijbel noemt dat ‘verblijden in de Geest’, zie Lucas 10:21 of Handelingen 13:52). Ook kunnen ze in vervoering raken, wat betekent dat ze helemaal in beslag genomen worden door de aanwezigheid van God (zie o.a. 1 Samuel 19:19-24). Paulus zegt in 2 Korinthe 5:13 zelfs dat hij soms nuchter is, maar zoms in geestvervoering. Kortom: de sterke werking van Gods Geest zoals we die in de Bijbel zien, lijkt op het eerste gezicht soms op dronkenschap.

Het is echter volkomen duidelijk dat David niet oproept tot dronkenschap als gevolg van alcohol,  zoals Hobé beweert, maar JUIST oproept om vol te worden van Gods Geest.

God is nog steeds Degene die zegt: “Komt, en neem het levende water om niet.”

In de Lifeletter van woensdag 9 november met als thema ‘Hoe kom je in Gods aanwezigheid?’ schrijft hij het volgende: ‘Help me lieve heilige Geest, open me, laat me Jezus zien, leid me…’ Dit heeft niets te maken met respect voor de Heilige Geest. 

Waarom is dit geen respect voor de Heilige Geest? Hoe kan Hobé dat nou zeggen? Ik vind het juist ontzettend getuigen van nederigheid als je je totaal wilt overgeven aan Gods Geest, en er dorst naar hebt om Hem beter te leren kennen. Dat dit onrespectvol is,  is puur de interpretatie van deze meneer. (Voor iemand in een zeer traditionele kerk is klappen in de handen onrespectvol, maar dat komt omdat die mensen dat niet gewend zijn. Wat iemand onrespectvol vindt, heeft alles te maken met wat hij/zij gewend is.)

Hier zie je hoe de Heilige Geest, beleefd wordt. Zoals veel van zijn onderwijs gaat het over ervaren en voelen.

Hobé zou de apostelen Paulus en Petrus op precies dezelfde manier kunnen aanklagen, want die ervoeren God ook heel sterk. De hele Bijbel staat vol met mensen die God op heftige, sterke wijze ervoeren.

Paulus vertelde zelfs over een diepe ervaring waarin hij in de hemel werd opgenomen. Het nieuwe testament staat vol dromen, visioenen, ontmoetingen met God, krachtige uitstortingen van de Geest, krachten, genezingen, bevrijdingen… hoe kun je in vredesnaam met de Bijbel in je hand zeggen dat je de heilige Geest niet mag ervaren? De Bijbel staat bomvol ervaringen met de Geest!

Paulus zegt tegen de kerk in Efeze zelfs dat als de heilige Geest niet onze ogen verlicht, we onmogelijk de breedte en diepte van God kunnen leren kennen. Als je het Bijbelboek Handelingen leest, zie je dat de apostelen continu in intieme relatie wandelden met de Heilige Geest. Ze verstonden de stem van de Geest (zie o.a. Handelingen 8:29, 10:19, 11:12, 11:28, 13:2, 15:28, 16:7, enz.) De heilige Geest is onze bijstand en helper op aarde.

Ik krijg het idee dat Hobé een grote onwetenheid heeft op het gebied van geestelijke zaken, en dat hij zélf weinig van Gods Geest in zijn leven ervaart.

Vanuit zijn onbegrip aangaande de Geest van God zet hij alle ervaringen die mensen hebben met de Geest weg als ‘onzuiver’. Maar door dat te doen is niet de Bijbel zijn toetssteen, maar zijn eigen kerkelijke denkkader.

Ik zeg vaak in een tijd met God wel duizend keer na elkaar ‘Heer ik hou van U, ik hou zoveel van U, ik hou van U…’ gewoon wat er in mijn hart leeft. Dit herhalen wordt ook contemplatief gebed genoemd. Dit is een vorm van gebed die voortkomt uit het Hindoeïsme en de New Age. Jezus waarschuwt er tegen om zo te bidden:

Als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want zij denken dat zij door de veelheid van hun woorden verhoord zullen worden. Word dan aan hen niet gelijk, want uw Vader weet wat u nodig hebt, voordat u tot Hem bidt. Matth.6:7-8

Hier maakt Hobé een grote fout. Wat David Sorensen bedoelt is immers geen ‘omhaal van woorden’ want hij zegt juist dat hij heel eenvoudig  vanuit zijn hart het meest simpele gebed zegt dat je kunt bedenken: ‘Heer, ik hou van U’.

Dat David deze worden herhaalt, is niet als ‘techniek’ bedoelt, maar is eenvoudigweg omdat hij zoveel van God houdt, dat hij soms niets anders kan bedenken dan ‘ik hou van U’.

David geeft dat voorbeeld uit zin eigen leven aan, als een aanmoediging voor mensen om NIET met omhaal van woorden te bidden, zoals velen gewend zijn in de kerk. Velen bidden op een puur verstandelijke manier, in plaats van hun liefde uit het hart te laten stromen.

Als Jezus zegt dat we geen omhaal van woorden moeten gebruiken, dan bedoelt Hij: sommige mensen bidden langdradige, religieus klinkende gebeden die schitterend klinken, om indruk te maken op mensen en ze menen dat God ook van hun gebed onder de induk zal zijn. Daarom zei Jezus: bid niet met een omhaal van woorden. Bid eenvoudig en vanuit je hart. Als je goed leest, is dat precies wat Sorensen zegt: “gewoon wat er in mijn hart leeft.”

Verder schrijft Sorensen: Alleen maar bidden over je problemen brengt je over het algemeen niet in Gods aanwezigheid. Dat houdt je gebonden in je eigen gevoel, situatie, de aardse wereld. Als je God met heel je hart gaat verhogen, als je Hem gaat zien op zijn troon, hoog verheven, machtig en stralend, de zon van heerlijkheid die eeuwig schittert, degene die door miljarden engelen tot in eeuwigheid aanbeden wordt, de Maker van alles wat leeft, Hij die alle macht heeft in de hemel en de aarde, die alle machten en krachten heeft overwonnen, de allerhoogste, de volmaakte, de allermooiste, de onuitsprekelijke, de allesoverweldigende, de fenomenale, waaaaauuwwww….…

Als je hem zo gaat eren, aanroepen, dan breek je je hart open om God te ontmoeten.
Zo voeg je je ook bij de engelen die Hem op die manier dag en nacht aanbidden. Dan word je een eenheid met de aanbidding in de hemel. En dat is heel bijzonder…”

Het gaat over het voelen en ervaren van Gods aanwezigheid. De Bijbel laat ons nergens zien dat we met de engelen een eenheid in aanbidding worden. Aanbidding is geen gevoel, het is een daad van gehoorzaam zijn aan God.

Nogmaals: de Bijbel staat tjokvol met het ervaren van de aanwezigheid van God. Dat deze meneer dit niet kent, betekent nog niet dat het onbijbels is. 

Bovendien zegt David hier juist dat aanbidding een daad van gehoorzaamheid is. Hij zegt dat je niet gefocust moet zijn op je eigen problemen, maar God moet aanbidden en verhogen. Dat is zeer Bijbels. De Bijbel zegt dat we lof moeten offeren – oftewel Hem moeten aanbidden, ondanks onze zorgen of problemen. Ook zegt de Bijbel dat God troont op onze lofzangen – wat betekent dat als je Hem gaat aanbidden, Zijn heerschappij sterker kan doorbreken in je leven. Dat is precies wat David hier zegt, en ik zie werkelijk niets onbijbels in zijn tekst. Wederom schrijft Hobé uit zijn eigen denkkader. Omdat hij zelf aanbidding niet zo ervaart als David, valt hij David aan.

David Sorensen heeft nog een website met allerlei onderwijs genaamd Sound of Heaven. Op deze site staan ‘profetieën’ die ontvangen zouden zijn door David. Verder is er een kopje over wonderen en over genezingen. Hierin wil David duidelijk maken dat de Bijbel onderstreept dat wonderen en genezingen ook vandaag nog gebeuren en dat gebedsgenezing een opdracht is voor de gemeente van vandaag. Om deze theorie te staven schrijft Sorensen onder andere: “Jezus gehoorzaamde zijn Vader. En wat deed Hij? Hij genas de zieken.” Hiermee is voor Sorensen duidelijk dat gebedsgenezing voor de hedendaagse kerk een opdracht is. Deze bewering staaft hij met de volgende tekst:

‘genees de zieken die daar zijn, en zeg tegen hen: Het Koninkrijk van God is dicht bij u gekomen’. Luc.10:9

Met deze opdracht, die Jezus aan Zijn discipelen geeft moet aan het volk Israël duidelijk worden gemaakt dat de beloofde Messias is gekomen. Jezus kwam voor Zijn volk om aan hen het Koninkrijk van God te openbaren. Deze uitspraak is op geen enkele manier te verbinden aan de gemeente.

Wat Hobé hier zegt is volledig geënt op het (ultra)dispensationalisme: de leer die zegt dat grote delen van de evangelieën niet voor de Gemeente zijn, maar voor de Joden, en dat genezingen en wonderen niet meer voor nu zijn. De Bijbel daarentegen laat zien dat Jezus overal alle zieken genas. De Bijbel zegt dat Jezus dit deed omdat Hij het de Vader zag doen. Jezus zegt zelfs dat wie Hem gezien heeft, de Vader gezien heeft. Jezus is de perfecte afspiegeling van God, zegt Paulus. Kortom: Jezus geneest zieken, omdat God zieken wil genezen.

En nergens, maar dan ook nergens in de Bijbel is er ook maar één tekst die zegt dat genezingen slechts voor een bepaalde periode waren.

Hoe mooi en Bijbels het allemaal ook moge klinken: de leer van Hobé zegt in feite dat Jezus veranderd is. De Bijbel zegt echter dat Hij Dezelfde blijft tot in eeuwigheid.

Bij het artikel: ‘Manifestaties en vallen in de geest’, (link) verdedigt Sorensen de leer van het vallen in de geest en het manifesteren als een Bijbels gebeuren. Hij haalt Bijbelteksten uit de context en leert dat we boven het geschreven woord uit moeten gaan om dingen te toetsen. Hij neemt de ervaring als maatstaf in plaats van de Bijbel.

Het is ironisch dat iemand die een leer aanhangt waarin grote delen van het Nieuwe Testament weggeknipt worden of wegberedeneerd worden, een ander aanklaagt met het argument dat hij niet de Bijbel als maatstaf neemt. Maar dat terzijde.

De Bijbeltekst zegt niet dat de boden in trance raakten. Er staat dat de Geest van God over de boden kwam en dat ook zij gingen profeteren. …

De meeste Nederlandse bijbelvertalingen schrijven wel degelijk dat de soldaten in trance raakten, alleen de Statenvertaling heeft het woord geestvervoering vertaald als ‘profeteren’. Maar ook de Statenvertaling duidt op een sterke overname door de Geest van God, want deze soldaten WILDEN NIET PROFETEREN, ze kwamen om David gevangen te nemen! Dus of het woord nu vertaald is als ‘trance’, ‘geestvervoering’ of ‘profeteren’ het punt dat Sorensen hiermee wil duidelijk maken, blijft juist: de Bijbel vermeldt dat de Geest van God wonderlijke dingen deed. In dit voorbeeld kwam de Geest van God zelfs met kracht over de soldaten van Saul, tegen hun wil.

De reden dat Hobé hier moeite mee heeft, is nogmaals een eigen interpretatie van de Bijbel. Want in de Bijbel komt ‘trance’ wel degelijk voor – hier wordt het echter ‘geestvervoering’ of ‘zinsverrukking’ genoemd.  Het feit dat ‘geestvervoering’ en ‘zinsverrukking’ ook voorkomt in valse religies, betekent niet dat het per definitie verkeerd is. In  het boeddhisme of in de New Age komt men in geestvervoering (in ‘trance’) vanuit een verkeerde geest, maar de apostelen en gelovigen van het nieuwe testament kwamen in geestvervoering door de Heilige Geest.

De vraag is niet of geestvervoering verkeerd is; de vraag is welke geest het is die mensen ‘vervoert’. Je kunt niet zomaar alle vormen van vervoering wegdoen als duivels.

Zoals ik al eerder aangaf, zegt zelfs Paulus dat hij soms in geestvervoering was. Ook van Johannes en andere apostelen lezen we dat ze in ‘geestvervoering’ of ‘zinsverruking’ waren. Op zulke momenten zagen ze de heerlijkheid van God, of kregen ze visioenen. Een paar voorbeelden:

Openbaring 4:2: Terstond kwam ik in vervoering des geestes en zie, er stond een troon in de hemel en iemand was op die troon gezeten.

Openbaring 1:10 Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin

2 Korinthe 5:13 Want hetzij wij in geestvervoering kwamen, het was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter wille van u.

Handelingen 10:10 En hij werd hongerig en verlangde te eten, en terwijl men iets gereed maakte, geraakte hij in zinsverrukking,

Hand 11:5 Ik was in de stad Joppe in gebed en zag in zinsverrukking een gezicht:

Hand 22,: 7 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte

In het oude testament zie je zelfs dat de wolk van Gods aanwezigheid zo sterk werd dat “…de priesters vanwege de wolk niet konden blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid des HEREN had het huis Gods vervuld.” (2 Kron 5:14). Profeten als Ezechiel vielen regelmatig op hun aangezicht wanneer ze de heerlijkheid van God zagen. Daniël was zelfs dagenlang ziek na zijn visioenen – blijkbaar kon zijn aardse lichaam de enorme heerlijkheid van God niet aan. En zulke geestelijke ervaringen zien we óók in het Nieuwe Testament. Paulus (toen nog Saulus) kwam tot bekering omdat hij een licht zag en op de grond viel, en de stem van God uit de hemel hoorde. In Handelingen 4:31 lezen we zelfs dat de apostelen tijdens gebed zo sterk met de Geest vervuld werden dat het hele gebouw waar ze zaten begon te schudden!

Kortom: je kunt niet ALLE geestelijke ervaringen als demonisch bestempelen, alleen maar omdat je ze zelf niet kent.

Je moet toetsen, zegt de Bijbel, en het onderscheid in zulke dingen geeft de Heilige Geest (1 Korinthe 12 noemt dat ‘onderscheid van geesten’). Het feit dat we ONDERSCHEID moeten hebben, laat zien dat je soms met je natuurlijke ogen het verschil niet ziet tussen het werk van de Geest en demonische werkingen. Door de heilige Geest kun je echter toetsen wat er ‘achter’ een ervaring zit.

De Bijbel geeft twee belangrijke toetstenen om te toetsen welke geest ergens actief is:

a) allereerst kun je dit toetsen door te kijken of Jezus beleden wordt als vleesgeworden Zoon van God – de geest die belijdt dat dat zo is, is de Heilige Geest (zie 1 Joh 4:1).
b) ten tweede kun je toetsen door de vruchten te onderzoeken. Komen mensen dichterbij Jezus en worden ze versterkt in geloof, dan is het de heilige Geest. Worden mensen van Jezus afgebracht, dan is het waarschijnlijk niet uit de Geest (zie Matteus 7:17-18).
c) tenslotte is de persoon van Jezus een zeer belangrijke toetssteen. Als een bepaalde geest of lering ingaat tegen het basale karakter van Jezus, is het onzuiver.

In Johannes 10:10 lezen we dat de duivel altijd komt om te stelen, te slachten en te vernietigen, maar dat Jezus komt om leven in overvloed te brengen. Daaraan kun je het verschil zien tussen het werk van de Geest en het werk van de duivel. Satan brengt altijd mensen in vernietiging en rooft van hen; de heilige Geest maakt mensen vrij en brengt genezing. Daarom lezen we over Jezus dat “…Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem” (Hand 10:38).

Daarom een interessante vraag: als iemand rondgaat en beweert dat genezing niet Gods wil is, uit welke geest spreekt hij dan?

Dan nog dit: dat Hobé al dit soort ervaringen verwerpt, komt omdat hij zelf geen ervaringen met God heeft, en redeneert uit het dispensationalisme. Waarschijnlijk heeft Hobé zowieso problemen met de charismatische stroming. Het is ten slotte niet David Sörensen alleen die gelooft in deze werkingen van de Geest, het is iets wat veel charismatische christenen geloven.

Sorensen zet zijn geestelijke ervaring en het gevoel boven het woord van God. Volgens hem zijn al deze verschijnselen en profetieën van God, en maakt het niet uit dat het boven de Bijbel uitgaat, want wat er nu allemaal gebeurt komt volgens hem van de ‘Heilige Geest’ en die gaat verder volgens hem, daar waar de Bijbel ophoudt:

Een veelgehoorde misvatting is: ‘Als je iets niet in de Bijbel kunt terugvinden, is het niet van God’. Dat is een uitspraak die je vanuit de Bijbel niet kunt staven. Het is dan ook dwaasheid om te beweren dat alles wat God in alle eeuwigheid ooit zou mogen doen, in dat ene boek zou moeten staan. Als dat geen schromelijk beperken van de almachtige God is! Je kunt God niet toetsen op basis van een minimale selectie die God heeft laten opschrijven. Dat druist in tegen de boodschap van de Bijbel zelf, die ons juist leert niet afhankelijk te zijn van geschreven woorden en wetten, maar om te leren leven in de Geest, te leren functioneren in de zintuigen van de Geest van God. (bron)

Hier wordt een citaat van David op verkeerde manier uit de context gehaald. Uiteraard zal de heilige Geest NOOIT de Schrift tegenspreken. Wel kan de heilige Geest dingen spreken die we niet direct of letterlijk in de Schrift tegenkomen. Dat heeft de heilige Geest ook altijd gedaan. Ten slotte kregen de apostelen ook talloze visioenen over zaken die nog niet in de Schrift stonden (Paulus noemde dit ‘geheimenissen’). Jezus zei zelfs: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.”

Is het niet bijzonder dat Jezus zegt dat Hij nog veel meer wil vertellen, maar dat Hij dit overlaat aan de Geest?

Dat is ook de basis van het nieuwe verbond: dat God ons van binnenuit wil leiden door Zijn Geest. God kondigde het nieuwe verbond aan door de profeet Jeremia: “Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.” (Jeremia 31:33,34).

Ook de profeet Ezechiel kondigde het nieuwe verbond aan in Ezechiel 36:25 e.v.: “Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.”

Beide profeten kondigden helder aan waarin dit nieuwe verbond revolutionair anders zou worden dan het oude verbond: het betekende een leven dat geleid zou worden door Gods Geest, van binnenuit. Paulus zegt zelfs: “[Hij heeft] ons ook bekwaam gemaakt om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.” Dit leert ons een belangrijke les: zonder de leiding van de Geest wandel je niet in het nieuwe verbond. Het is de Geest die ons leidt, en als je alleen uit de Bijbel leeft, oogst je geestelijke dood.

We zien in Handelingen dat de gelovigen volledig geleid werden door de Geest. Ze gingen ergens heen als de Geest het hen zei, en gingen niet als de Geest het niet zei.

Ze handelden continu vanuit bovennatuurlijke openbaring. Ze baden vanuit de Geest, genazen zieken als de Geest het hen zei, dreven demonen uit zoals de Geest hen onderscheid gaf… alles kwam voort uit de Geest. De kerk in Europa is zo krachteloos omdat ze de Geest van God niet werkelijk kent. De Geest is het die ons in de volle waarheid leidt. De Geest is het die ons de Schrift wil uitleggen, die ons profetische openbaringen geeft. We kunnen het koninkrijk onmogelijk begrijpen zonder de Geest, zegt Jezus in Johannes 3. Dat is begrijpelijk, want “…zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest.” (Romeinen 8:5).

Paulus zegt in Romeinen 8:19 dat de schepping met reikhalzend verlangen wacht op het openbaar worden van de zonen van God. Wie zijn die zonen van God? Paulus geeft het antwoord in vers 14: “Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.”

Paulus bad voor de heiligen ‘…dat hun ogen geopend zouden worden door de openbaring van Gods Geest, zodat hun hart verlicht zou gaan worden, zodat zij zouden gaan begrijpen hoe ongelofelijk de roeping is van de heiligen, en hoe enorm Zijn kracht is die voor hen beschikbaar is’ (Efeze 1:17-23).

Wat was de sleutel om al deze inzichten in Gods kracht en Zijn roeping te krijgen? Openbaring van Gods Geest.

In Efeze 3:14-19: zegt Paulus: “Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus, …opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.”

We moeten dus met kracht gesterkt worden door de GEEST, en pas DAN zal Christus door ons geloof in ons hart wonen en wortelen, en dan pas gaan we zien hoe groot de glorie van God is die de kennis (verstand) TE BOVEN GAAT, en dan pas zal de volheid van God ons vervullen.

Dit betekent niet dat de Bijbel niet belangrijk is. De Schrift is ongelofelijk belangrijk, omdat het de basale openbaring van God bevat, en daarmee een fundament is onder ons geloof. Maar de Schrift is niet datgene waardoor we geleid moeten worden in het dagelijks leven.

Het Nieuwe Testament toont duidelijk dat we geleid moeten worden door de Geest.

En dat is ook begrijpelijk: de Schrift is beperkt tot geschreven woorden die allemaal wijzen naar God en getuigen van God, maar de heilige Geest is God Zelf die in ons woont. De Schrift is het geschreven woord van God – de Geest is het levende Woord van God in ons binnenste.

Het is dus niet zo dat alles wat de Geest zegt LETTERLIJK in de Bijbel terug te vinden moet zijn. De Geest zal de Bijbel echter niet tegenspreken. De Geest kan echter wél onze interpretatie van de Schrift tegenspreken.

Iedere lering die zegt dat we niet geleid moeten worden door de Geest, of dat de werkingen van de Geest niet meer voor nu is, of die zegt dat ervaringen van Gods Geest duivels zijn, is een onbijbelse leer.

De auteur van dit stukje doet net alsof hij heel Bijbels spreekt, maar in werkelijkheid verkondigt hij een leer die talloze zaken van God wegneemt uit het Woord.

Ben je kritisch vanuit Bijbelse overtuiging, dan vindt Sorensen dat men dan eerst maar eens moet kijken naar wat men zelf bereikt heeft, dit neemt hij dan kennelijk als maatstaf voor waarheid. Sorensen geeft aan dat als jij niet al die (valse) wonderen en tekenen doet, je eigenlijk ook geen kritiek mag leveren:

Allereerst: het is heel Bijbels om te verwijzen naar tekenen en krachten als maatstaf. Dat deed Paulus ook. Hij verwees namelijk naar de tekenen, wonderen en krachten die God door hem deed, als bewijs dat hij een apostel was (zie 2 Kor 12:12). De twaalf discipelen erkenden Paulus ook pas als apostel toen ze zagen dat aan Paulus dezelfde kracht was gegeven voor de heidenen als aan Petrus voor de Joden (zie Galaten 2:8).

Echter, dat is helemaal niet wat David hier doet. David zegt niet dat hij zoveel goede dingen doet voor God. Hij zegt juist dat mensen zo gemakkelijk kritiek hebben, terwijl ze niet zuiver en oprecht van hart zoeken naar de waarheid. Ze vallen vaak publieke personen aan die door God gebruikt worden, zonder naar de vruchten van hun bedieningen te kijken. En zonder hun eigen hart te onderzoeken, in hoeverre zij zélf de opracht van Christus serieus nemen. David zegt:

Als je beweert dat iemand door satan wordt gebruikt, bedenk dan eerst en vooral eens: Draag ik meer vrucht dan die prediker? Breng ik meer mensen bij Jezus Christus? Zie ik meer mensen bevrijd worden van demonen? Hoeveel weeshuizen heb ik al gesticht? Welke impact heb ik op een stad of land, met het evangelie? Als je anderen wilt toetsen, kun je dan ook jezelf onder de loep nemen: hoe diep is jouw schreeuw naar MEER van God? Hoe groot is jouw vrijheid om jezelf te uiten naar God? Kun jij vrijuit dansen voor God, net als David deed, toen de ark (symbool van Gods tegenwoordigheid) weer in Jeruzalem gebracht werd? Hoe bang ben je voor de kracht van God? Heb je er veel ervaring mee? Hoeveel demonen drijf je uit? Hoeveel wonderen zie je gebeuren, door de hand van God? Hoeveel doden heb je al opgewekt? Heb je eigenlijk ooit al eens voor een dode gebeden? Of heb je daar geen geloof voor? Dat zijn allemaal eerlijke vragen die je jezelf moet durven stellen, voor je iemand die WEL al deze goddelijke vruchten heeft aanklaagt.

Ik denk dat iedereen met een oprecht hart bovenstaand stukje van David kan lezen en kan begrijpen wat hij bedoelt. Hij bedoelt dat christenen de neiging hebben kritiek te hebben op mensen die krachtig door God gebruikt worden, zonder werkelijk hun eigen hart te onderzoeken. En dat is van alle tijden, dat gebeurde in de tijd van Jezus en de apostelen ook al.

Daarbij nog dit: Hobé suggereert hierboven dat de wonderen van David ‘vals’ zijn. Ik vind het héél heftig als mensen denken dat ze dit zomaar mogen zeggen zonder dat ze iemand werkelijk kennen. Dat deden de Farizeërs ook toen Jezus zieken genas en demonen uitdreef. Ze zeiden dat hij het deed door de duivel! Waarom zegt deze man dat de wonderen waarover David het heeft ‘vals’ zijn? Zegt hij dit omdat hij het getoetst heeft aan de hand van de geesten en vruchten? Heeft hij de heilige Geest om onderscheid gevraagd? Heeft hij oprecht zijn best gedaan om David te leren kennen en te begrijpen wat hij schreef? Of ‘toetst’ hij David aan zijn eigen kerkelijke interpretatie?

De Bijbel spreekt hier niet over en zegt: ‘Beproef alle dingen, behoud het goede’. 1 Tess. 5:21

Hier hebben we een sprekend voorbeeld van hoe Hobé de Bijbel selectief leest. Want de tekst is in werkelijkheid langer:

Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede. (1 Thessalonicenzen 5:19-21)

Wat Paulus dus zegt is: A: doof de Geest niet uit, B: wees niet neerbuigend over profetie (want als je profetie tegenhoudt, dan snoer je de Geest de mond), en C: toets de profetieën juist, en behoud die profetieën die juist zijn.

Deze tekst gaat dus JUIST over het belang van zuivere profetie! Paulus leerde, in tegenstelling tot Hobé, dat profetie ontzettend belangrijk is (zie bijvoorbeeld 1 Korinthe 14).

In alle brieven van Paulus zien we zijn grote achting voor profetie en andere werkingen van de Geest. Hij zegt in 1 Korinthe 14:5 zelfs: “Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog, dat gij profeteerdet.”

Wij worden niet alleen opgeroepen om alles te toetsen, maar ook te weerleggen en te vermanen: Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels. 2Tim 4:2:4

Het klopt dat er mensen zijn die ‘de gezonde leer niet verdragen’ en die ‘zullen zoeken wat het gehoor streelt’. Maar dat zouden we ook kunnen zeggen van de leer van Hobé (het dispensationalisme). De gedachte dat genezingen niet meer voor nu zijn, is een dwaling die is ontstaan omdat mensen behoefte hadden aan een theologie die verklaarde waarom die zaken niet meer in de kerk voorkwamen. Nog steeds gebruiken mensen de dispensationalistische leer als excuus voor het feit dat de krachten van de Geest niet in hun leven werken zoals ze wél werkten in de levens van Christus, de apostelen en de eerste gelovigen.

Daarbij: Paulus schreef bovenstaande tekst aan Timotheus, die op dat moment een kerk leidde en fundamenten moest leggen. Paulus zegt niet dat we rond moeten gaan om mensen die een andere Bijbelse invalshoek hebben als ‘dwaalleraren’ te bestempelen.

Je kunt je energie beter besteden aan het verkondigen van het evangelie van Jezus aan deze wereld. Iets wat David Sörensen overigens met hart en ziel doet.

Doordat er zoveel mensen zijn onderwijsbrieven ontvangen kunnen er steeds meer christenen vast komen te zitten in dit soort leer. Niet de Bijbel maar gevoelens en zogenaamde profetische boodschappen gaan het leven bepalen. Hierdoor wordt de hoop verlegd van de Here Jezus naar de valse hoop die verkondigd wordt door allerlei ‘boodschappen’ die God gedaan zou hebben. Het voelen en ervaren wordt de maatstaf.

Ik vind bovenstaande uitspraak totaal niet in lijn met de boodschap van David Sörensen. David is juist zeer ‘orthodox’ in zijn geloofsvisie: hij gelooft in de Bijbel als waarheid, in Jezus als enige weg en in de dood en opstanding van Jezus Christus als fundament onder het geloof. Maar hij is ook iemand die erkent dat ervaring een onderdeel is van het geloof, iets wat we veelvuldig in de Bijbel terugzien.

Maar stellen dat het bij David ‘alleen om gevoelens’ en ‘zogenaamde profetische boodschappen’ gaat, is een compleet verkeerde weergave van dat wat David verkondigt.

David is iemand die veel onderwijst over Gods heiligheid, de waarheid en zuiverheid. Dat het bij hem slechts gaat om het ‘voelen’ en ‘ervaren’ is een aantijging die niet klopt, en die voortkomt uit het feit dat deze auteur zelf geen enkele ervaring met Gods Geest heeft. Bovendien blijkt uit het feit dat hij spreekt over ‘zogenaamde profetische boodschappen’ dat hij profetie an sich ‘veracht’, iets waar Paulus voor waarschuwt. Iemand die gelooft dat profetie – een centraal thema in de hele Bijbel en ook in het hele Nieuwe Testament – niet meer voor nu is, zit zelf vast in een verkeerde leer!

Tenslotte nog een ding: in de Bijbel werden de profeten van God vaak vervolgd en gedood. Het volk van God begreep hen vaak niet. De profeten spraken namelijk vaak dingen die ze niet wilden horen, en maakten vaak het verborgene van harten openbaar. In Handelingen 7:52 roept Stefanus: “Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd?” Er is tegenwoordig niets veranderd. Nog steeds worden de profeten die de stem van God laten horen vervolgd. David is iemand in wie ik duidelijk de profetische stem van God hoor. Maar wat hij zegt is vaak heftig, shockerend. Maar dat betekent niet dat het niet van God is.

Daarom is mijn advies: neem niet zomaar klakkeloos over wat anderen zeggen over anderen. Vraag zélf aan de Heilige Geest om inzicht en onderscheid, en onderzoek met een oprecht en open hart.

Tjarko Evenboer

About the Author David Sorensen

David Sorensen zet zich met hart en ziel in om iedereen te laten zien hoe geweldig het is om God echt te kennen. Zijn grootste verlangen is dat mensen leren hoe ze God zelf kunnen ervaren als hun allerbeste Vriend en liefhebbende Vader.

follow me on:
Skyblue says

Als er één iemand is die het werk van de Heilige Geest door wonderen, vuur, tongentaal en bekeringen (de Heilige Geest overtuigd van zonde) vreest, is het de tegenstander.

Comments are closed

Pin It on Pinterest

Share This